Airconditioning in de auto hebben is heerlijk: nooit meer in een snikhete auto je kapot zweten en misselijk worden. Maar, dan moet je de airco wel op de juiste manier gebruiken!

Dit zijn veelgemaakte airco-fouten;

1. De airco meteen bij het instappen op de hoogste stand inschakelen

Veel mensen doen bij het instappen de airco meteen op de koudste stand en met de grootste blaaskracht aan. Dit is echter een grote fout, want je kunt beter voor het instappen eerst de portieren en de ramen een minuut openzetten. Hierdoor kun je de temperatuur al een stuk verlagen waardoor de airconditioning minder hard hoeft te werken.

2. De ‘lucht-recirculatie’ ingeschakeld houden

Vlak nadat je bent ingestapt is het handig om de interne luchtcirculatie in te schakelen. Hierdoor zal de auto van binnenuit nog sneller afkoelen. Daarna moet je het systeem toch echt weer op de stand met toevoer van buitenlucht zetten, dit zal er namelijk voor zorgen dat de luchtstroom gelijkmatiger verdeeld wordt.

3. De airconditioning in de ochtend nog niet inschakelen omdat het dan nog fris is

Vaak kan het in de ochtenden heel koel zijn, waarna het in de middag steeds warmer wordt. Veel mensen zetten de airco dan ook pas aan op het moment dat het heel warm wordt. Toch is het beter om de airco meteen aan te zetten om te voorkomen dat de ramen beslaan van binnenuit.

4. De uitstroomopeningen de verkeerde kant op richten

Het komt vaak voor dat mensen niet eens voelen dat de airco aanstaat omdat de uitstroomopeningen de verkeerde kant oprichten. Wil je een gelijkmatige luchtstroom creëren moet je de uitstroomopeningen naar boven toe richten in plaats van naar de gezichten van de inzittenden toe.

5. Onderhoud

Niet het allerleukste om te horen, maar ook de airconditioning heeft onderhoud nodig. De filters van de airco moeten eigenlijk om de 15.000 tot 20.000 kilometer vervangen worden. Daarnaast moet je om de paar jaar het koudemiddel vervangen.